Omtrent spiritualiteit (juni 2009)

Ik heb al jarenlang de gewoonte van krantenknipsels uit te knippen en deze ergens in een boek te steken dat over dezelfde inhoud gaat.
In het boek ‘De Indiaan van ons bewustzijn’ van Ton Lemaire (67) vind ik een knipsel terug over een
interview met hem omtrent spiritualiteit. Het artikel komt uit de eerste krant die ik las na de Camino van 2000.
Ton Lemaire was ooit een vooraanstaand filosoof en antropoloog in Nederland. Zijn eerste werk, De Tederheid, schreef hij op 26-jarige leeftijd. Veel mooie werkjes volgden: Wandelenderwijs, Met Open Zinnen, Filosofie van het Landschap, Over de waarde van culturen,…). Hij was docent in de universiteit van Nijmegen. Op 48 jaar werd de universitaire context hem teveel en na een ingrijpende depressie werd hij medisch vrijgesteld van verdere academische verplichtingen.
Ondertussen woont hij al negentien jaar op een boerderij in de Dordogne (is trouwens ‘buurman’ van Dirk van de Huizen), waar hij zoveel mogelijk in zijn eigen onderhoud probeert te voorzien. Hij verzorgt zijn kippen en moestuin, kweekt bijen en blijft, zijn voorliefde voor indianen getrouw, één keer per week boogschieten. Toch is hij intellectueel nog uiterst actief en hecht hij veel waarde aan een paar vriendschapsbanden. ‘Nee, zegt hij ‘ik ben geen kluizenaar.’
Enkele fragmenten uit dit interview die me (blijven) beklijven:

wanneer ik in de vooravond in het onooglijk stationnetje van St. Astier aankom, word ik opgewacht door Ton Lemaire. Nog voor we goed en wel in de auto zitten, heeft hij bericht over het belabberde weer van de voorbije weken en over zijn zaaigoed dat eronder lijdt. Zijn boerderij ligt acht kilometer verder, op een bebost en afgelegen plateau. Er loopt een steil, slingerend weggetje dat hij gezwind in tweede versnelling beklimt. Bij aankomst blijkt zijn landgoed een idyllische plek te zijn. Het gras staat hoog, de acacia bloeit, de oude boerderij kijkt kilometers uit over een onbewoonde vallei waar orchideeën en everzwijnen het naar hun zin hebben. De stilte is er tastbaar…

Ik ben met de jaren pessimistischer geworden. Dat komt door het ouder worden, maar ook door wat er gebeurt in de wereld. In de jaren zeventig had ik nog de illusie, door de tegencultuur die toen floreerde, dat er werkelijk iets kon veranderen. Die illusie ben ik totaal verloren. Het kapitalisme en de vooruitgangsideologie zijn onbekommerd teruggekomen. Wat dat betreft, ben ik volkomen illusieloos en zie ik de verscheurdheid alleen maar groter worden. Daarom heb ik me ook terug getrokken, om bewust terzijde te kunnen staan en niet mee te hoeven doen aan wat ik ervaar als een waanzinnige, materialistische wereld. Ik wil het zelf ook anders doen en ook minder lijden onder die verscheurdheid waar ik anders dagelijks anders onder gebukt zou gaan…

ik heb een neiging tot bitterheid, maar ik probeer het af te remmen. Ik had hooggestemde verwachtingen over het leven, zoals je dat als jongere doet, en daar ben ik van teruggekomen. Ik heb minder vertrouwen gekregen in de menselijke natuur. Zeer bruut gezegd: het slechte in de mens schrijf ik niet langer toe aan zijn maatschappelijke omstandigheden. Nu kom ik terug op de oude, ook christelijke idee, dat de mens een deel slecht en zwak is. Ik trouwens ook.

Wat troost hem dan nog? Hij moet er niet lang over nadenken.
Filosofie, kunst en spiritualiteit. Die drie liggen dicht bijeen.
Met spiritualiteit versta ik ook de omgang met natuur.
En nog belangrijker: het samenzijn met andere mensen.
Een open, welwillende, liefhebbende aandacht voor de buitenwereld en de ander is de kern van elke esthetica, spiritualiteit en ecologie.

Bron: interview uit De Morgen. De Bijsluiter van zaterdag 10 juni 2000.:’“Van tederheid naar troost’


Wil je de spirueeltjes van de voorbije maanden lezen, klik op de desbetreffende maanden en geniet ervan!

- spiritueeltje mei 2009 (geluk)
- spiritueeltje april 2009(stilte)